SBTi werkt aan een grootschalige herziening van de Corporate Net‑Zero Standard (V2). Tijdens de consultatie vroegen veel stakeholders om heldere kaders voor het gebruik van Environmental Attribute Certificates (EAC’s), in het bijzonder carbon credits. Dit blog verduidelijkt wanneer, hoe en onder welke voorwaarden credits een rol kunnen spelen naast directe emissiereducties.
- Kernprincipe blijft: snelle, diepe decarbonisatie van scope 1, 2 en 3 is de eerste prioriteit; rechten mogen dit niet vervangen, maar kunnen aanvullend helpen bij financiering en het adresseren van residuele emissies richting net‑zero.
1) Wat zijn carbon credits? (definities & typen)
SBTi beschrijft carbon credits als instrumenten die mitigerende uitkomsten certificeren van projecten die emissies vermijden, reduceren of verwijderen ten opzichte van een referentiescenario. Drie hoofdcategorieën:
- Avoidance credits (emissie‑vermijding) –vermijden de uitstoot van broeikasgassen, bijvoorbeeld door energie uit fossiele brandstoffen te vervangen door energie uit hernieuwbare bronnen als wind en zon.
Voorbeelden zijn waterkrachtprojecten, windprojecten, zonne-energie en geothermische energie maar ook gemeenschapsprojecten waaronder verbeterde technologie voor kooktoestellen en toegang tot veilig water. - Reduction credits (emissiereductie) – verminderen d.w.z. vangen emissies op en vernietigt ze, bijvoorbeeld door het opvangen van methaan – een broeikasgas dat vele malen krachtiger is dan koolstofdioxide – uit afvalwater.
Voorbeelden zijn van afval-naar-energieprojecten waaronder biogas van stortplaatsen en industrie en biomassa. - Removal credits (CO₂‑verwijdering) – actieve verwijdering en opslag van CO₂
Voorbeelden zijn biologisch of nature-based zoals herbebossing, duurzame landbouw; technologisch zoals geologische opslag.
Opmerking: In SBTi‑terminologie vallen carbon credits onder de bredere familie van EAC’s (Energy Attribute Certificates) naast certificaten voor elektriciteit, brandstoffen en commodities.
2) De plaats van credits in V2
- Primair spoor: bedrijven moeten directe emissiereducties realiseren in scope 1 & 2 en ingrijpende maatregelen nemen in scope 3. SBTi benadrukt dat dit niet optioneel is en de basis blijft voor validatie van net‑zerotargets.
- Aanvullende rol: de V2‑ontwerpteksten verkennen zorgvuldige toepassing van hoogwaardige credits voor:
- Beyond Value Chain Mitigation (BVCM) – het bovenwettelijk en boven de eigen waardeketen financieren van mitigatie, om schaal en snelheid van klimaatfinanciering te vergroten.
- Afdekking van residuele emissies op het moment van net‑zero (lange termijn), wanneer verdere reductie technisch of economisch niet haalbaar is.
3) Kwaliteitscriteria
SBTi benadrukt dat alleen hoogwaardige rechten een rol hebben. Belangrijke kwaliteitseisen die worden gehanteerd:
- Additionaliteit: het project zou niet hebben plaatsgevonden zonder de investering in carbon credits.
- Robuuste MRV (Monitoring, Reporting & Verification) en permanentie (met risicobeheer voor terugslag/leakage).
- Geen dubbele claiming of dubbele telling; credits moeten uniek, traceerbaar en retired zijn in erkende registers zoals Gold Standard of Verra.
- Integriteit van methodologie (baseline, lekken, non‑permanentie‑buffers).
- Transparantie over projecttype, vintage, standaard en co‑benefits
4) Claims & communicatie
- Geen substitutie‑claims: bedrijven mogen niet suggereren dat aankoop van credits hun eigen emissiereducties vervangt.
- Heldere labeling van BVCM‑investeringen versus residuele‑emissiecompensatie op net‑zero‑tijdstip.
- Vermijd verwarring tussen scope 2 instrumenten (bijv. garanties van oorsprong/RECs) en carbon credits—dit zijn verschillende EAC‑categorieën met verschillende doelen.
5) Interactie met scope 1, 2 en 3
- Scope 1 & 2: V2 werkt naar strakkere eisen (o.a. tijdpad naar hernieuwbare energie uiterlijk 2040). Credits tellen niet mee om verplichte scope 1/2‑doelen te halen; ze kunnen daarnaast worden ingezet als BVCM (beyond value chain mitigation).
- Scope 3: V2 introduceert nieuwe opties (zoals green procurement of revenue‑based benaderingen) om harde scope‑3‑barrières te doorbreken; credits zijn geen vervanging voor de vereiste voortgang in de waardeketen.
6) Tijdspad: near‑term vs long‑term
- Near‑term targets (± tot 2030): focus op snelle, reële reducties; credits zijn hier in principe additioneel (BVCM) en niet om targets te behalen.
- Long‑term/net‑zero: op het net‑zero‑moment mogen residuele emissies worden afgedekt met hoogwaardige removal credits; avoidance/reduction rechten zijn onvoldoende om emissies te neutraliseren.
7) Governance, boeking & due diligence
- Registratie en retirement in erkende registers met publieke transactie‑ID’s.
- Project‑ en portefeuilleanalyse: diversifieer over regio’s/technologieën; adresseer juridische en reputatierisico’s (landrechten, biodiversiteit).
- Interne procedures om dubbele claims (met leveranciers/klanten) te voorkomen, vooral wanneer EAC’s en fysieke goederenstromen elkaar kruisen.
8) Openstaande discussiepunten (onderwerp van consultatie)
- Definitie en drempels voor “high‑quality” credits (incl. durability voor verwijdering).
- Formele erkenning van BVCM‑inspanningen zonder dat deze reductie‑targets neutraliseren.
- Harmonisatie met andere standaarden/regulering (bijv. voor Garanties van Oorspong in elektriciteit, brandstoffen, commodities).
9) Wat betekent dit voor bedrijven?
Korte checklist om SBTi‑conform te blijven en toch credits effectief in te zetten:
- Prioriteer interne reducties: stel ambitieuze, haalbare scope 1/2/3‑paden op, in lijn met 1,5°C.
- Gebruik credits aanvullend: definieer een BVCM‑budget/beleid met strikte kwaliteitscriteria; rapporteer dit gescheiden van je voortgang op targets.
- Voor net‑zero residuen: plan tijdig voor hoge‑duurzaamheid removal credits (biologisch + technologisch), met aandacht voor permanentie en beschikbaarheid. 25
- Claims & transparantie: publiceer heldere onderbouwing (type, standaard, vintage, retirement‑id) en vermijd vervangingsclaims.
- Integreer met inkoop & financiering: benut V2‑opties zoals green procurement en supplier engagement voor moeilijk te reduceren scope‑3‑segmenten.
10) Samenvatting
De concept‑standaard heeft als doel om de verduurzaming van bedrijven te versnellen door:
- Wetenschappelijk onderbouwde klimaatactie toegankelijker en toepasbaarder te maken, zodat meer bedrijven ambitieuze doelen kunnen stellen én daadwerkelijk voortgang boeken.
- Een sterker en inclusiever kader neer te zetten, met duidelijke verschillen die aansluiten bij de dagelijkse praktijk van verschillende sectoren en regio’s.
- Een gericht en flexibel raamwerk te bieden voor het terugbrengen van emissies, zowel in de eigen operatie als in de keten.
- Een volledige cyclus te introduceren die ambitie stimuleert en behaalde vooruitgang beloont aan het einde van de doelperiode.
- Een nieuw erkenningsmechanisme in te voeren dat bedrijven stimuleert om vrijwillig en vroegtijdig verantwoordelijkheid te nemen voor de uitstoot die zij vandaag nog veroorzaken.
Bronnen
- SBTi Blog: Deep dive: The role of carbon credits in SBTi Corporate Net‑Zero Standard V2
- SBTi Blog: Draft Corporate Net‑Zero Standard V2 Explained: Environmental Attribute Certificates.
- SBTi News: SBTi releases second draft corporate net-zero standard V2 for consultation.
