Skip to content

Overige Beïnvloedbare Emissies: versie 4.0 van de CO2-Prestatieladder

Reken je carbon credits per ongeluk mee met je CO₂-score?

Dat mag niet. Carbon credits tellen niet mee als verlaging van je uitstoot binnen de CO2-Prestatieladder. Wie dat wel doet, rapporteert verkeerd. Dit soort verwarring is precies waarom Overige Beïnvloedbare Emissies (OBE’s) sinds versie 4.0 een eigen plek hebben gekregen op de ladder.

OBE’s zijn emissies die buiten scope 1, 2 en 3 vallen, maar waar jouw organisatie wél invloed op heeft. Denk aan CO₂-winst door een energiezuinig ontwerp, of aan hergebruik van materialen dat je bij klanten stimuleert. Voor trede 2 en 3 is rapporteren hierover nu verplicht, niet meer vrijblijvend.

Dat is een verschuiving. Voorheen kon je impact buiten je eigen keten vrijblijvend vermelden. Nu wordt die impact meegewogen. Voor bijvoorbeeld advies- en ingenieursbureaus is dat zeker relevant: hun scope 3-uitstoot is vaak beperkt, maar hun ontwerpkeuzes bepalen wel hoeveel een aannemer verderop in de keten uitstoot.

OBE’s sluiten bovendien aan bij internationale kaders: het Greenhouse Gas Protocol voor vermeden emissies en de Land Sector and Removals Guidance voor CO₂-opslag en biogene emissies, en de Carbon Removals Regulation van de EU voor koolstofverwijdering op land. Gebruik je je OBE-analyse in een jaarverslag of externe communicatie? Houd dan rekening met deze standaarden.

Drie types OBE’s

OBE’s vallen om drie redenen buiten scope: ze zijn kort-cyclisch, ze ontstaan buiten je waardeketen, of ze zijn negatief (verwijdering in plaats van uitstoot). Kun je ze significant beïnvloeden, dan horen ze bij OBE.

Biogene emissies

Uitstoot uit biologische bronnen: planten, biomassa, biogas. Bij verbranding of verwerking komt de vastgelegde koolstof weer vrij, binnen een korte cyclus. Vaak worden deze emissies daarom ‘neutraal’ genoemd, omdat vastlegging en uitstoot elkaar snel opvolgen.

CO₂-verwijderingen

Het actief onttrekken en langdurig vastleggen van CO₂. Bijvoorbeeld: biobased materialen zoals hout of vlas in bouwwerken, CO₂ verwerkt in beton, of olivijn op wandelpaden. Voor de Prestatieladder telt dit alleen als de vastlegging minstens 35 jaar standhoudt.

Let op: CO₂-verwijdering is iets anders dan CO₂-compensatie met carbon credits. Credits mogen niet worden meegerekend als verlaging van je uitstoot.

Vermeden emissies

Uitstoot die je bij anderen voorkomt of beperkt door je eigen activiteiten. Je vergelijkt de situatie met een referentiescenario: een cv-ketel tegenover een warmtepomp, bijvoorbeeld. Denk aan energiezuinige ontwerpen, gestimuleerd hergebruik, of advies over duurzame alternatieven.

Wat de Prestatieladder van je vraagt

De eisen verschillen per trede.

Trede 2: kwalitatief in kaart brengen

Je onderzoekt of OBE’s relevant zijn voor je organisatie. Gebruik daarvoor de OBE-beslisboom en de bijbehorende vragenlijst van de CO2-Prestatieladder. Beantwoord vervolgens drie vragen:

  • Zijn de OBE-typen relevant voor jouw sector, en zo ja: hoe?
  • Zijn ze relevant voor jouw organisatie en activiteiten, en zo ja: hoe?
  • Welke rol pakt jouw organisatie hierin via inkoop, beleid of ketensamenwerking?

Deze inventarisatie herhaal je elke drie jaar.

Trede 3: jaarlijks kwantificeren

Bovenop trede 2 breng je de OBE’s nu jaarlijks cijfermatig in kaart. Je kwantificeert elk relevant OBE-type apart, nooit verrekend met scope 1, 2 of 3. De methode kies je zelf, mits je transparant bent over aanpak, keuzes en bronnen. Per type gelden deze eisen:

  • Biogene emissies: directe emissies (eigen biobrandstofgebruik) en indirecte emissies (onderaannemers) apart kwantificeren. Gebruik werkelijke verbruiksgegevens met accurate emissiefactoren, of een onderbouwde schatting op basis van publieke data.
  • CO₂-verwijderingen: onderbouw hoeveel CO₂ (semi)permanent wordt vastgelegd in koolstofsinks (zoals bossen of CO2-afvang) die je bezit of beheert, en geef de tijdshorizon per sink aan.
  • Vermeden emissies: onderbouw het verschil tussen de situatie mét en zonder jouw ingreep. Motiveer systeemgrenzen, tijdsperiodes, referenties en aannames. Voorkom cherry picking en dubbeltelling.

Vijf valkuilen

  • OBE’s vormen een aparte boekhouding. Je verrekent ze niet met scope 1, 2 of 3. Het nulemissiedoel voor 2050 geldt alleen voor die drie scopes, een OBE kan wel bij een andere schakel in de keten als scope 3 meetellen.
  • Redeneer niet te ver door. Blijf bij concrete CO₂-reductie en laat sociale impact (gezondheid, levensstandaard) buiten de analyse.
  • Het gaat om wat jij aflevert, niet om wat de klant ermee doet. Als bedrijf tel je je eigen bijdrage. Overtuig je klant, maar reken zijn uitvoering niet tot jouw OBE.
  • Dubbeltelling, complexe kwantificering en auditbestendigheid zijn de bekendste knelpunten. Elk OBE-type vraagt een eigen methode én onderbouwing.
  • Voorkom dubbeltelling met duidelijke grenzen en transparantie over wie welke impact rapporteert. Kies per OBE-type een robuuste methode en leg je keuzes en bronnen vast.

Meer informatie