Skip to content

Hoe baken je de grenzen af van een Product Carbon Footprint?

Wanneer je een Product Carbon Footprint (PCF) opstelt, rijst al snel de vraag: wat hoort er eigenlijk allemaal bij? In stap 1 bepaal je welk product je onderzoekt en hoe je de functie daarvan meet. Daarmee ben je er nog niet. De volgende stap is minstens zo bepalend voor het eindresultaat: het afbakenen van de systeemgrenzen. Welke processen tel je mee? Welke levenscyclusfasen neem je op? En waarom sommige processen juist niet? In dit artikel leggen we uit hoe je die keuzes onderbouwd maakt. 

Wat zijn systeemgrenzen?

De systeemgrens bepaalt welke emissies wél en niet worden meegenomen in de PCF. Volgens het GHG Protocol identificeer je alle processen die direct samenhangen met het product en groepeer je deze in levenscyclusfasen. Daarbij breng je materiaal-, energie- en dienststromen in kaart. De belangrijkste vraag daarbij is: is dit proces toerekenbaar aan het product? 

Toerekenbaar betekent: elk proces dat nodig is om het product zijn functie te laten vervullen. 

Een voorbeeld: 

  • Voor een katoenen tas neem je wél mee: katoenteelt, productie van het doek, transport, gebruik (wassen) en afvalverwerking. 
  • Maar níet: de producten die in de tas worden vervoerd. 

 Dat klinkt logisch, maar in de praktijk ontstaan juist hier vaak de eerste discussies en fouten. Leg daarom per twijfelgeval kort vast waarom je het proces wel of niet meeneemt, bijvoorbeeld: “Wassen van de tas is meegenomen, omdat onderhoud nodig is om de gebruiksfunctie te behouden.” 

De vijf fases binnen de levenscyclus

Het GHG Protocol onderscheidt vijf opeenvolgende fases in de levenscyclus van een product. In elke fase ontstaat uitstoot, soms veel en soms weinig. Die uitstoot tel je per fase op tot de totale PCF.

Welke fase de meeste uitstoot genereert, verschilt per product. Voor een smartphone zit het merendeel van de uitstoot in de productiefase, vooral door chips en displays. Voor een dieselbestelbus wordt de uitstoot juist vooral gegenereerd in de gebruiksfase. Voor een isolatieplaat zit het zwaartepunt vaak in de grondstoffen. Juist daarom is het uitsplitsen essentieel: het laat zien waar de impact echt zit en waar je op moet sturen met reductiemaatregelen. Voor een smartphone betekent dit misschien het gebruik van gerecycled materiaal en het verlengen van de levensduur; voor de dieselbus het verbeteren van de motorefficiëntie of het verlagen van het verbruik tijdens het rijden.

Cradle-to-grave of cradle-to-gate?

Niet elke PCF kijkt naar de volledige levenscyclus. In sommige gevallen wordt gekozen voor een cradle-to-grave-analyse. Dat betekent dat alle stappen worden meegenomen: van de winning van grondstoffen (‘cradle’) tot en met het einde van de levensduur, zoals afvalverwerking of recycling (‘grave’). Dit geeft het meest complete beeld van de klimaatimpact van een product.

In andere situaties is een cradle-to-gate-analyse voldoende. Daarbij stopt de berekening bij het moment dat het product de fabriek verlaat (‘the gate’). De gebruiksfase en afvalfase worden dan niet meegenomen. Dit type PCF wordt vaak gebruikt wanneer een fabrikant producten levert aan andere bedrijven, die zelf verantwoordelijk zijn voor de vervolgstappen in de keten.

Welke afbakening je kiest, hangt af van twee factoren: het product en het doel van de PCF. Lever je een halffabricaat dat in tientallen verschillende eindproducten terechtkomt? Dan is cradle-to-gate logisch, omdat je niet weet wat de afnemer ermee doet. Communiceer je naar de eindgebruiker, of zit veel uitstoot in de gebruiksfase, zoals bij elektronica? Dan ligt cradle-to-grave meer voor de hand.

Let op: onderbouw je keuze!

Het GHG Protocol vereist dat een cradle-to-gate-grens expliciet wordt onderbouwd en gerapporteerd. Je mag de gebruiksfase en einde-levensduurfase niet zomaar weglaten. Leg vast waarom je deze keuze maakt, bijvoorbeeld omdat je geen invloed hebt op die fasen of omdat ze voor jouw product weinig bijdragen. Een praktische formulering is: “De PCF is cradle-to-gate opgesteld, omdat het product een halffabricaat is en de toepassing door afnemers sterk varieert.”

Maak een proceskaart

Volgens het GHG Protocol moet je een proceskaart maken als onderdeel van je PCF-rapport. Een proceskaart is een visuele weergave van alle stappen in de levenscyclus, met daartussen de materiaal- en energiestromen. Het is het werkdocument waarmee je later precies kunt aanwijzen welke data bij welk proces hoort. Gebruik de proceskaart ook als checklist: ontbreekt er een input, transportstap of afvalstroom, dan ontbreekt waarschijnlijk ook data.

  • Activiteit, bijvoorbeeld “productie staal” of “transport per vrachtwagen”.
  • Inputs, zoals grondstoffen, energie en hulpstoffen.
  • Outputs, zoals product, afval en emissies.
  • Relatie met de volgende processtap.

Voorbeeld van een proceskaart uit het GHG-Protocol.

Auteurs

Nathalie Geerts Adviseur sustainability klimaat en energie

Nathalie Geerts – adviseur | Nathalie heeft een Master Sustainable Business and Innovation. Zij combineert inhoudelijke expertise met een scherpe visie op duurzaamheid. Nathalie is sterk in het begeleiden van organisaties bij het opstellen van CO₂-footprints, SBTi-commitments en reductieplannen. Haar stijl is helder, verbindend en altijd gericht op impact.

Daniel Derksen – adviseur | D Daniel Derksen junior adviseur sustainability klimaat energie aniel heeft een Master of Science, Sustainability Development. Hij is een adviseur met sterke analytische vaardigheden en een scherp oog voor visuele communicatie. Hij is bedreven in het verwerken van footprintdata en ondersteunt SBTi-trajecten met heldere grafieken en goed gestructureerde rapporten. Daniel brengt een frisse blik die helpt complexe informatie toegankelijk te vertalen.

Meer informatie